19-11-11

Een eigenaardig koningschap.

Ook in deze tijd

Sommigen vragen zich af of de tijd van koningen en koninginnen voorbij is, of minsten voorbij zou moeten zijn. Echter, meer dan ooit worden vedetten soms letterlijk de lucht in gegooid, met gouden, zilveren of bronzen medailles vereerd en zelfs letterljk een kroon op het hoofd gezet. Het volk, of minstens de media, hebben bljkbaar nood aan verering, aan verheffing, aan idolen. En dit is niet enkel iets van deze tijd. Elke tijd en elke beschaving heeft zijn leiders, zijn koningen gekend. Zij hadden verantwoordelijkheid en macht. Sommigen ontplooiden zich als kostbare hulp voor het volk, anderen waren profiteurs.

God en zijn volk

Een gemeenschap kan er niet zonder: er moet een leider zijn. Toen God zich aan Mozes kenbaar maakte om een volk samen te brengen, zei Hij: “Ik Ben”. Met die eigenaardige uitdrukking maakte Hij bekend dat Hij anders is, niet zoals de andere goden, maaksels van mensenhanden. Met die naam wees Hij op een duidelijke afstand. Vandaar een reële angst bij het eerste Godsvolk voor die Ongrijpbare, maar tegelijk een bevraging: waarom richt die totaal Andere zich tot ons? Wat wil Hij?

God en de mens, twee totaal verschillende denk- en leefwerelden. Toch zijn ze naar elkaar blijven roepen. In het begin in een haast onverstaanbare taal, woorden en gebaren die zoeken naar kennismaking en vriendschap zoals in “De kleine Prins” van St Exupéry. Met soms paradoxale beelden maakte God duidelijk dat Hij naar de mensen zou komen. In de visioenen van Daniël komt Hij uit de wolken, symbool voor de verre wereld van God, maar bij Zacharias rijdt hij op een ezeltje: “Zie, uw koning komt naar u toe, hij is rechtvaardig en zegevierend; hij is nederig, hij rijdt op een ezel…  Hij kondigt vrede aan…” (Zach 9,9-10).

Frans Fabry, God, Mozes, Zacharias, Lucas, David, St. Exupéry, Maria, Paulus, Filippenzen, GolgothaWoorden schieten te kort

Als Hij feitelijk komt, slaat Hij iedereen met verbazing. Herders op het veld horen de boodschap: “Vandaag is in de stad van David uw Redder geboren; Hij is de Messias, de Heer” (Lucas2,11). Het teken echter waaraan ze Hem zullen herkennen, steekt schril af tegen de grootsheid van God: een kind, in doeken gewikkeld in een voerbak. “Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat hun door de herders gezegd werd”. Lucas voegt eraan toe: “Maria echter bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na” (Lucas 2,18). Stof genoeg tot nadenken. Het gaat om het onuitsprekelijke. Je moet namelijk leren omgaan met paradoxen en er een lijn in zoeken.

Als Paulus in zijn brief aan de Filippenzen de bezegeling van het verbond van God met zijn volk op Golgotha beschrijft, laat hij aanvoelen hoe woorden tekort schieten om God te duiden zoals Hij zich getoond heeft. Een marteltuig (het kruis) wordt haast een koningskroon, de dood en vernedering moet plaatsmaken voor verheerlijking en verheffing, de dienaar en slaaf wordt Redder, Bevrijder, Koning.

Een kroon

Op Golgotha hing boven het hoofd van de Gekruisigde het uitdagende plaatje met het opschrift “koning”. De leerlingen waren van deze koning weggelopen. Maria echter was aanwezig. Ook daar bewaarde zij alles in haar hart en dacht over al het gebeuren na. “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”. Het gefolterde lichaam aan een kruis is een ware uitdaging, maar om het verstand te ondersteunen veranderen sommige kunstenaars de doornenkroon in een koningskroon.

De commentaren zijn gesloten.