21-07-12

Montfort in Poitiers.

De situatie van de plaatselijke Kerk in zijn tijd verklaart deels waar de ijver van Montfort uit voorspruit. Het priesterschap werd toen eerder beschouwd als een veilige sociale situatie, duidelijk minder dan een inzet voor de mensen en het Rijk van God. Tijdens zijn seminarieopleiding in St Sulpice is hij gaan dromen van een andere wijze van priester zijn. In een van zijn kantieken schrijft hij: “Onder ons zie je niet meer van die echte apostelen zoals men die vroeger zag schitteren. Dat komt omdat er geen vrijwillig armen meer zijn; men zoekt zich te vestigen en men wil graag, ofschoon niet al te opvallend toch wat geld om te beheren” (22,25).

Het zoeken van zijn weg.

Daags voor Pinksteren, op 5 juni 1700 wordt Montfort priester gewijd. De oversten willen hem graag op het seminarie houden voor de vorming van jongeren, maar hij voelt daar niets voor. Hij heeft andere aspiraties, verlangt direct contact te hebben met het volk en catechese te geven. Men stuurt hem naar Nantes voor een stage, maar hij komt niet goed terecht. Hij schrijft aan zijn geestelijke leidsman: “Ik wilde – en dat was trouwens ook uw bedoeling – mij gaan voorbereiden op het missiewerk en in het bijzonder op het geven van catechese aan de armen, een werk waar ik mij speciaal voor geroepen voel, maar er gebeurt niets van dat alles…”.

Ideaal tegenover werkelijkheid.

Met een groot ideaal bezield kan Montfort in Poitiers aan de slag. De bisschop vertrouwt hem het frans fabry,middelares en koningin,montfort,poiters,dochters der wijsheid,montfortanen,marie-louise trichetaalmoezenierschap in het Armenhuis toe, een instituut door Lodewijk XIV ingesteld om de armen van de straten weg te halen en ze in feite achter muren ‘op te bergen’. In Poitiers waren ze met ruim 400. Hier voelt hij zich thuis. De armen appreciëren dat hij ervoor zorgt dat de rantsoenen eerlijk worden verdeeld, maar zijn ook gevoelig voor zijn onderricht. Hij treedt tevens buiten het Armenhuis op en kent ook daar groot succes, maar juist dit valt niet in de smaak van de gesettelde clerus.
Tot overmaat van ramp vraagt een bourgeoismeisje, Marie-Louise Trichet, aan de bisschop om met en zoals Montfort in het Armenhuis mee op te komen voor de sukkelaars. De wijze van aanpak van de jonge priester strookt niet met de directie van het huis en Montfort wordt ontslagen.
Hij laat echter zijn ideaal niet in de steek en gaat in Parijs in eenzelfde instituut op dezelfde wijze aan de slag, met dezelfde gevolgen. Weer ontslagen vindt hij een onderkomen onder een trap. Brieven uit die tijd getuigen ervan met hoeveel vertrouwen en aandrang hij bidt om inzicht. Door een monseigneur opgemerkt wordt hij gevraagd om de leiding in een kartuizerabdij bij te staan. Plots krijgt hij een brief met een merkwaardige vraag: Frans Fabry, Middelares en Koningin, Montfort, Poiters, Dochters der Wijsheid, Montfortanen, Marie-Louise Trichet“Wij, armen van Poitiers, vragen dat Montfort terugkomt.” Hij keert terug in het Armenhuis en geeft daarenboven op gestructureerde wijze catechese in de armenwijken van de stad. Deze ervaring ligt aan de basis van zijn latere missiestijl: uitleg geven over het evangelie, de mensen zo leren bidden dat zij het als een weldaad ervaren, Maria betrekken bij het geloofsleven en een tastbaar middel aanreiken om het geloof levend te houden. Een schuur, omgebouwd tot een gebedsruimte met O.L.-Vrouw van de Harten als aantrekkingspool, is tot vandaag toe een heiligdom.

Omwille van de noden in de Kerk.

De mensen van deze wijken dragen hem op handen, maar de hogere clerus niet, met als gevolg dat hij uit het bisdom wordt gezet. Hij is ongetwijfeld ontgoocheld, maar geeft niet toe en doet ook niets af aan zijn wijze van priester-zijn, “omwille van de noden in de Kerk”, zoals hij reeds in 1701 schreef. Hij is bereid om tot aan de uiteinden van de wereld het evangelie te brengen, maar iets afdoen van het evangelisch ideaal wil hij niet. Hij besluit zijn visie aan niemand minder dan de paus voor te leggen, die hem opdraagt terug te keren en het evangelie te verkondigen in de lijdende Kerk van Frankrijk.
Het is niet altijd van een leien dakje gelopen.
Poitiers is voor Montfort, en ook voor Marie-Louise, de plek van de confrontatie van het ideaal met de werkelijkheid. Het heeft er meermaals gebotst, misschien juist daarom is zijn spiritualiteit levensecht geworden. Het valt op dat – in die tijd van grootste spanningen – van zijn persoon en zijn inzet ook echte aantrekking is uitgegaan. In de ogen van menigeen was God werkzaam in deze priester. Poitiers is dan ook de plek waar beide congregaties ‘geboren’ zijn, de dochters der Wijsheid en de montfortanen.

De commentaren zijn gesloten.