26-03-13

Maria in de Goede Week.

Goede Week, Maria, Jeruzalem, Messias, Matteus, Golgota, Cenakel, Jezus, God, Johannes, Woord, Geloof, Stille Zaterdag, Frans FabryDe volledige Goede Week met als hoogtepunt paasmorgen valt dit jaar integraal in maart. In dit Jaar van het Geloof wil ik de aandacht vestigen op Maria die in die eerste Goede Week als bedevaartster in Jeruzalem aanwezig was en als gelovige ‘staande’ is gebleven.

De palmprocessie

Maria staat niet vermeld tussen de vele mensen die met palmtakken zwaaiden of zingend hun mantels uitspreidden voor Jezus, gezeten op een ezelsveulen, maar er is alle reden om te veronderstellen dat zij deel uitmaakte van de groep bedevaarders die de stad introk. Inderdaad, het paasfeest in Jeruzalem was één van de drie verplichte bedevaartfeesten voor de Joden. Omwille van de anticlimax die ging volgen en een hoogtepunt vormt in hun verkondiging, vermelden alle vier de evangelisten de intocht.  Alles draait rond de identiteit van Jezus: bij zijn aankomst wordt hij als koning en Messias bezongen, maar enkelen maken Hem duidelijk dat Hij de mensen moet inhouden. Hij reageert: “Als zij zwijgen gaan de stenen het uitroepen.”

Vastbesloten, ondanks het risico dat Hij ging lopen, had Jezus gekozen voor de weg naar Jeruzalem. Bij Lucas is het een lange tocht met tal van gebeurtenissen en onderrichtingen in steden en dorpen, hij besteedt er haast tien hoofdstukken aan. Matteus vernoemt vrouwen uit Galilea die opkwamen voor het nodige onderweg. Maria wordt nergens met naam genoemd, maar wij treffen haar aan op Golgota en later in het Cenakel en hebben alle reden om aan te nemen dat zij op die triomfdag ergens tussen het volk liep.

De anticlimax

Wij weten niet wat er toen in haar hart omging, maar ieder fijngevoelige tochtgenoot was getuige geweest Goede Week, Maria, Jeruzalem, Messias, Matteus, Golgota, Cenakel, Jezus, God, Johannes, Woord, Geloof, Stille Zaterdag, Frans Fabryvan de soms hoog oplopende conflicten omwille van de ware identiteit van Jezus en vreesde dat het mis ging lopen, zeker Maria omwille van haar betrokkenheid met Hem vanaf het allereerste begin. Vandaar mijn veronderstelling dat op die palmzondag meer ongerustheid dan gejubel in haar hart omging, een gevoelen dat in diepe pijn veranderde toen haar Jezus aan een kruis werd genageld. Haast alle vrienden waren op de vlucht. Pijn, eenzaamheid en een trachten te begrijpen gingen als een zwaard door haar hart, vragen als: “Hoe was dit in godsnaam mogelijk?” en “Wie was die grote God waarin zij geloofde?”

Kerkvaders hebben een diepe betekenis gegeven aan de manier waarop Johannes Maria op Golgota duidt: “Zij stond onder het kruis.” Terwijl het geloof van de leerlingen serieus aan het wankelen was, is zij ‘staande’ gebleven: zo kon dit niet eindigen! Meermaals had Jezus allusie gemaakt op wat Hem kon overkomen, maar telkens eraan toevoegend dat Hij zou verrijzen. Aan de woorden van Jezus heeft zij zich vastgeklampt. Zijn woorden wekten bij haar geloof.

De uitdaging van Stille Zaterdag

Goede Week, Maria, Jeruzalem, Messias, Matteus, Golgota, Cenakel, Jezus, God, Johannes, Woord, Geloof, Stille Zaterdag, Frans FabryGeloof is een reactie op een persoon of een gebeuren. Geloof in Jezus ontstaat enkel als je met zijn Woord omgaat. De vasten en vooral de Goede Week zijn een tijd van toeleg op het Woord van God en een voorbereiding op het antwoord: wie is voor jou Jezus van Nazaret? Geloof je echt dat Hij verrezen is, dat hij de poort van de dood heeft opengebroken, dat Hij een weg geopend heeft naar een totaal nieuwe werkelijkheid? Dat er ook voor jou leven na de dood is?

Wees niet beschaamd als enige aarzeling bij je opkomt, je hoeft niet sterker te zijn dan de meesten van de eerste leerlingen. Doe zoals Maria op Stille Zaterdag, doe het in vereniging met haar: herinner je alle woorden en daden van Jezus en overweeg ze in je hart. Je geloof zal groeien.

Frans Fabry 

19-05-12

Samen met Maria bidden...

h.Geest 2.jpg

In deze paastijd en dichtbij Pinksteren worden wij door de liturgie uitgenodigd samen te bidden, samen te bidden met Maria.

Samen bidden om inzicht in en licht op soms duistere situaties in ons leven. Zouden wij dat niet nodig hebben? Zouden wij sterker staan in het geloof dan de leerlingen van het eerste uur? De tijd tussen Pasen en Pinksteren was voor hen een tijd van uitdaging, van aarzelend geloof in Jezus’verrijzenis. Het waren weken dat zij moesten wennen aan die nieuwe wijze van aanwezig zijn van de Heer: soms zagen zij Hem, dan weer niet, en toch was Hij er! Die ervaring, en vooral die zekerheid, is niet zomaar vanzelf gekomen.

echomontfortain.jpgAchteraf bekeken begrijpen we Jezus’bedoeling: Hij wilde hen voorbereiden op zijn teruggaan naar de Vader. Hij nam toe namelijk geen afscheid, integendeel, Hij bevestigde zijn betrokkenheid bij hen. Hij ging naar zijn Vader om blijvend te bidden. Zo werden de leerlingen voorbereid en zijn zij gaan openstaan voor de gaven van de heilige Geest.

En Maria was in de groep aanwezig. Dit was niet zonder betekenis, want als geen ander had zij ervaren dat God zijn geloften gestand doet. Bovendien, niemand had zoals zij ervaren dat de heilige Geest iets in beweging kan zetten. Midden tussen de leerlingen was zij aanwezig, volhardend in gebed.

Het woord ‘noveen’ komt van het Latijn: ‘novem’ en betekent negen en verwijst naar de negen dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren, een tijd van het volgehouden gebed, in vereniging met Maria. 

19:25 Gepost door Montfortteam in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans fabry, pinksteren, maria, god, jezus |  Facebook |

18-12-11

"Toon ons Jezus"

“Toon ons Jezus”…

Dit korte gebed tot Maria lijkt mij  een uitstekend gebed voor de Advent. In de mate dat het van dag tot dag als een echo in je hart weerklinkt, komt bij jou een ware Adventssfeer tot stand: je stelt je open voor de Komende. Want Kerstmis is veel meer dan een terugdenken aan die eerste komst van Jezus in de wereld. Dagelijks is Hij de Komende, wij weten het, maar wij zijn mensen en vergeten gemakkelijk. Om onze geloofshouding te ondersteunen, nodigt de liturgie ons jaarlijks uit om vier zondagen achter elkaar uitdrukkelijk toe te leven naar een Jezusontmoeting.

Is er iets te zien in de stal?

Kerstmis is het gebeuren van God die naar ons toekomt en wij die naar Hem gaan. Je moet wel voorbereid zijn, anders is er in de stal niets bijzonders te zien. In sommige steden worden grote kerststallen opgericht, soms met een echte ezel en echte schapen. Het volk, vooral ouders met kiinderen, staat aan de schuiven om in de stal te komen. Vooral de ezel en de schapen trekken de aandacht, maar over de beelden wordt niet veel gezegd. Trouwens het zijn slechts beelden, het kerstgebeuren gaat om veel meer.

Een ‘beeld’ van God

frans fabry,advent,maria,kerstmis,jezus,godDurven wij, als wij verwijzen naar het beeld van een baby op wat stro, aan Maria vragen: “Toon ons God”? Toch zou die vraag niet gek zijn, want niemand heeft met meer realiteitszin naar Jezus gekeken, met Hem mogen en moeten omgaan. Welk godsbeeld kwam er bij haar op? Is de ‘almachtige’ God tegelijk zo kwetsbaar, zo afhankelijk? Al is de scène in de stal slechts een momentopname, ze is wel heel echt, ze is ook godsopenbaring.

“Maria, toon ons Jezus, en schenk ons vooral de achtergrond van jouw geloof. Als joodse gelovige had je grote verwachtingen. Daarom, toen de herders met enthousiasme je kwamen vertellen wat zij allemaal over het kind gehoord hadden – uw Redder… de Messias… de Heer – bewaarde je die woorden in je hart en je dacht erover na. Je hoorde ongetwijfeld ook opnieuw de woorden van de engel bij de aankondiging. Maria, help ons naar Jezus te kijken”(Benedictus XVI).

Aan de stal voorbij

Kerstmis daagt je uit tot nadenken. Het is echter niet voldoende als je bij wat gebeurde in de stal blijft stilstaan, want de godsopenbaring in de persoon van Jezus reikt verder. Dit was ook zo voor Maria. Bijvoorbeeld, toen de twaalfjarige Jezus in de tempel achterbleef en zij haar ongerustheid uitdrukte: “Kind, hoe kon je ons dit aandoen?”, kreeg zij een antwoord waarvan de evangelist duidelijk zegt dat zij het niet begreep. Slechts na de Verrijzenis en na Pinksteren zou zij een totaalbeeld van Jezus krijgen. Stap voor stap is Maria tot een volledig geloofsinzicht gekomen, omdat zij al de woorden en het leven van Jezus in haar hart bewaarde en overwoog. Kerstmis is een momentopname – het gaat echter om meer.

Tracht tijdens de advent ruimte in je hart te maken voor alles wat de liturgie je over Jezus aanreikt, in het Oude en het Nieuwe Testament en vraag Maria dat ze je helpt daarover na te denken.

16:06 Gepost door Montfortteam in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans fabry, advent, maria, kerstmis, jezus, god |  Facebook |

19-11-11

Een eigenaardig koningschap.

Ook in deze tijd

Sommigen vragen zich af of de tijd van koningen en koninginnen voorbij is, of minsten voorbij zou moeten zijn. Echter, meer dan ooit worden vedetten soms letterlijk de lucht in gegooid, met gouden, zilveren of bronzen medailles vereerd en zelfs letterljk een kroon op het hoofd gezet. Het volk, of minstens de media, hebben bljkbaar nood aan verering, aan verheffing, aan idolen. En dit is niet enkel iets van deze tijd. Elke tijd en elke beschaving heeft zijn leiders, zijn koningen gekend. Zij hadden verantwoordelijkheid en macht. Sommigen ontplooiden zich als kostbare hulp voor het volk, anderen waren profiteurs.

God en zijn volk

Een gemeenschap kan er niet zonder: er moet een leider zijn. Toen God zich aan Mozes kenbaar maakte om een volk samen te brengen, zei Hij: “Ik Ben”. Met die eigenaardige uitdrukking maakte Hij bekend dat Hij anders is, niet zoals de andere goden, maaksels van mensenhanden. Met die naam wees Hij op een duidelijke afstand. Vandaar een reële angst bij het eerste Godsvolk voor die Ongrijpbare, maar tegelijk een bevraging: waarom richt die totaal Andere zich tot ons? Wat wil Hij?

God en de mens, twee totaal verschillende denk- en leefwerelden. Toch zijn ze naar elkaar blijven roepen. In het begin in een haast onverstaanbare taal, woorden en gebaren die zoeken naar kennismaking en vriendschap zoals in “De kleine Prins” van St Exupéry. Met soms paradoxale beelden maakte God duidelijk dat Hij naar de mensen zou komen. In de visioenen van Daniël komt Hij uit de wolken, symbool voor de verre wereld van God, maar bij Zacharias rijdt hij op een ezeltje: “Zie, uw koning komt naar u toe, hij is rechtvaardig en zegevierend; hij is nederig, hij rijdt op een ezel…  Hij kondigt vrede aan…” (Zach 9,9-10).

Frans Fabry, God, Mozes, Zacharias, Lucas, David, St. Exupéry, Maria, Paulus, Filippenzen, GolgothaWoorden schieten te kort

Als Hij feitelijk komt, slaat Hij iedereen met verbazing. Herders op het veld horen de boodschap: “Vandaag is in de stad van David uw Redder geboren; Hij is de Messias, de Heer” (Lucas2,11). Het teken echter waaraan ze Hem zullen herkennen, steekt schril af tegen de grootsheid van God: een kind, in doeken gewikkeld in een voerbak. “Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat hun door de herders gezegd werd”. Lucas voegt eraan toe: “Maria echter bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na” (Lucas 2,18). Stof genoeg tot nadenken. Het gaat om het onuitsprekelijke. Je moet namelijk leren omgaan met paradoxen en er een lijn in zoeken.

Als Paulus in zijn brief aan de Filippenzen de bezegeling van het verbond van God met zijn volk op Golgotha beschrijft, laat hij aanvoelen hoe woorden tekort schieten om God te duiden zoals Hij zich getoond heeft. Een marteltuig (het kruis) wordt haast een koningskroon, de dood en vernedering moet plaatsmaken voor verheerlijking en verheffing, de dienaar en slaaf wordt Redder, Bevrijder, Koning.

Een kroon

Op Golgotha hing boven het hoofd van de Gekruisigde het uitdagende plaatje met het opschrift “koning”. De leerlingen waren van deze koning weggelopen. Maria echter was aanwezig. Ook daar bewaarde zij alles in haar hart en dacht over al het gebeuren na. “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”. Het gefolterde lichaam aan een kruis is een ware uitdaging, maar om het verstand te ondersteunen veranderen sommige kunstenaars de doornenkroon in een koningskroon.

21-07-11

Gebed

menton geloof.jpg

Wees gegroet, Maria,
dochter van God de Vader.
Wees gegroet Maria,
moeder van God de Zoon.
Wees gegroet Maria,
bruid van de heilige Geest.
Wees gegroet, Maria,
tempel van de Allerheiligste drieëenheid.

Boven alles, gezegende Maagd,
behoor ik U geheel toe,
met alles wat ik bezit.

Schenk mij de gesteltenis van uw ziel
om de Heer de verheerlijken,
uw geest om mij in God te verblijden.

Getrouwe Maagd,
wees als een zegel op mijn hart,
opdat ik in U en door U
trouw moge zijn aan God.

Goede Moeder,
neem mij welwillend op
onder hen die Gij bemint,
onderricht, leidt, begunstigt en beschermt
als uw kinderen.

Help mij, om uit liefde tot U,
mij niet alleen te bekommeren om mijn aards geluk,
maar vooral te leven voor het hemelse.

Geef tenslotte, dat de heilige Geest,
uw trouwe bruidegom,
samen met U, zijn trouwe bruid,
Jezus Christus, uw Zoon, in mij vormt
tot glorie van de Vader. Amen.

Naar het Morgengebed van Montfort

20:20 Gepost door Montfortteam in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: montfort, god, maria, jezus christus |  Facebook |

03-07-11

Met Montfort in de school van Maria

Catechese - met Grignion de Montfort in de school van Maria

“Ik voorzie het wel: razende dieren komen woedend aanstormen om met hun duivelse tanden dit bescheiden boekje en hem van wie de heilige Geest zich bediend heeft om het te schrijven, te verscheuren; of het tenminste in de donkere stilte van een kist te verstoppen om het onbekend te laten blijven” heilige Montfort.

Verdwenen en verscheurd

Frans Fabry, Montfort, Johannes Paulus II, Maria, De Ware Godsvrucht, Montfortanen, st -laurent-sur-sevreHet is een merkwaardig boekje - en wel om heel verscheidene redenen. Algemeen wordt aangenomen dat Louis-Marie Grignion de Montfort het in 1712 haast in één ruk heeft geschreven, het is echter een feit dat het handschrift slechts 130 jaar later aan het licht is gekomen. Haast onmiddellijk, in 1843, is het gedrukt en ongelooflijk snel en in de meest diverse talen wereldwijd verspreid. De lezer komt onder de indruk als hij midden in het handschrift stoot op het hierboven aangehaalde citaat. Hoe kon de auteur voorzien dat de bundel bladen – want het was geen ingebonden boekje –, naar aanleiding van de Franse Revolutie in een koffer zou verdwijnen en, een halve eeuw later, ‘verscheurd’ aan het licht zou komen? Verscheurd, inderdaad, specialisten tellen dat ongeveer 90 pagina’s, deels vooraan, deels achteraan, verdwenen zijn. Toch vormen de overgebleven bladzijden een mooi geheel dat velen heeft aangegrepen, tot vandaag toe. Blijkbaar is het geschrift op het juiste moment voor de dag gekomen. Deze historische achtergrond vormt een verhaal apart en wordt duidelijker als je de grote lijnen van het geschrift hebt ontdekt.

De titel

De eerste bladzijden van de bundel zijn dus verdwenen en bijgevolg is het opschrift dat Montfort aan het geschrift heeft gegeven niet te achterhalen. De eerste uitgave is van een lange titel voorzien, en in de meeste uitgaven gehandhaafd: Verhandeling van de Ware Godsvrucht tot de Heilige Maagd. Opvallend ook: het was niet de overste van de montfortanen die het initiatief voor de uitgave genomen heeft, maar de bisschop van Luçon – omdat het boekje in St-Laurent-sur-Sèvre (in zijn bisdom) is ontdekt.

Drie begrippen in de titel vallen op, vooreerst het woord verhandeling: de uitgever wilde nderstrepen dat het geen gewoon devotieboekje is, maar een stevig theologisch gefundeerde devotie. Vervolgens doen de woorden ware godsvrucht de aandacht spitsen: zij verwijzen naar ‘onechte’ devoties waar de schrijver het trouwens ook over heeft. De uitdrukking ‘tot de Heilige Maagd’ verwijst naar de bijzondere kwaliteiten die Maria kenmerken. De titel paste ongetwijfeld in de tijdgeest, namelijk de Verlichting, en is tot vandaag toe meestal behouden.

Frans Fabry, Montfort, Johannes Paulus II, Maria, De Ware Godsvrucht, Montfortanen, st -laurent-sur-sevreVelen denken dat bij Montfort alles over Maria gaat en dat zij in het centrum van de belangstelling staat, terwijl in feite Jezus Christus zijn denken overheerst. Daarom hebben meer recente uitgaven het werkje van een ondertitel voorzien, rechtstreeks verwijzend naar een passage van Montfort: “…Ik heb hierover gesproken in het eerste deel van deze voorbereiding op het Rijk van Jezus Christus” (227). Hier treffen we misschien de titel aan die de schrijver voorzien had. Hoe dan ook, Voorbereiding op het Rijk van Jezus Christus geeft heel goed weer wat Montfort uiteindelijk bedoelt: hoe meewerken aan de voltooiing van wat Jezus heeft aangezet. Hij reikt hiervoor een methode aan die weinig bekend is.

Begrijpen en smaken

Montfort zelf spreekt meermaals over een ‘geheim’, niet in de zin van iets geheimzinnigs, maar in de betekenis van onbekend. In de aanzet van een magnifieke brief schrijft hij: “…ik deel je een geheim mee…” Maar hij waarschuwt de lezer en drukt erop dat het een gunst is, een speciale genade, om dit geheim “te begrijpen en te smaken.” Let op de twee betekenisvolle ‘werkwaarden’ die bij hem nauw verbonden zijn: het inzicht komt mee door gebedsdiscipline die men zich oplegt. Deze brengt je stap voor stap tot de grote ontmoeting met de Levende – en stilaan begin je te ervaren, te smaken.

Montfort is een ervaren catechist. “Ik heb begrepen” zo getuigt Johannes Paulus II, nadat hij op zijn beurt het boekje herhaaldelijk had gelezen en is gaan doen wat de auteur aanraadt. Toen is een keerpunt in zijn leven tot stand gekomen.

“Durf het aan je helemaal aan Maria toe te vertrouwen”, zo daagt Montfort je uit, er zal iets gebeuren. Je wordt een vrije en volwassen christen. Slechts weinigen kennen en gaan die weg. Ik hoop dat jij dat bent, zo voegt hij eraan toe.

Van nu af aan zal ik, aan de hand van het fameuze boekje – De Ware Godsvrucht – telkens een inleiding meegeven om je te helpen ontdekken wat Montfort aanreikt.

F.F.

 

25-06-11

Maria, de weg om Jezus te leren begrijpen.

Montfort toont ons Maria als de weg bij uitstek om ons Jezus Christus te leren begrijpen en na te volgen. Zij is het immers die het best zijn liefde in haar leven wist te integreren. In geloof en liefde heeft zij heel haar eenvoudig leven weten te doordringen van de geest van Jezus Christus. Wij komen haar niet zo vaak tegen wanneer we de evangelies lezen. Maar telkens is zij aanwezig als een verwijzing naar Jezus, in haar gewone dagelijkse doen.

Als een goede Joodse moeder voedt zij Jezus op in zijn eerste kinderjaren. Zij is samen met Jozef om hem bezorgd wanneer ze hem na een bedevaart zoeken in de tempel van Jeruzalem. Wanneer ook Jezus en zijn vrienden genodigd zijn op het feest in Kana waar Maria te gast is, gaat zij hem zeggen dat de wijn opraakt, en leert zij de dienaren en ons te doen wat Jezus ons zal zeggen. Zij blijft aanwezig, ook wanneer Jezus vermoord aan het kruis hangt. En wanneer Jezus als de verrezen Christus de Geest meedeelt, wordt zij genoemd onder de aanwezigen in het Cenakel. Zij is op zo'n manier moeder van Jezus, dat Johannes in ons aller naam te horen krijgt: 'Ziedaar uw moeder'.

Montfort, Maria, Jezus, Christus, Ware GodsvruchtMaria is niet zomaar een zoeterig wezen, in mooie kleren gehuld, met vrome blik en gevouwen handen. Ze is niet die onwezenlijke figuur, ergens ver weg en onbereikbaar. Maria is een eenvoudige vrouw geweest, een jonge Joodse moeder. Een moeder die een kind ontvangt dat 'Zoon van God' zal genoemd worden. Zij beleeft haar moederliefde als dienstbaarheid aan God. Zij blijft haar zoon trouw tot het uiterste. Ook na zijn dood en verrijzenis blijft zij verbonden met de jonge Kerk die getuigt dat Christus leeft. En dit niet alleen tijdens haar aardse leven. Wij mogen geloven dat zij reeds bij God is en deelt in zijn leven. Wanneer wij ons door haar laten vormen, zo leert Montfort ons, dan kunnen wij een sprekend voorbeeld van Jezus Christus worden (Cf. Ware Godsvrucht nr. 219-220).

Maria blijft de mensen vergezellen met haar moederlijke bezorgdheid, ze blijft ons uitnodigen de boodschap van Jezus Christus steeds meer waar te maken in en rondom ons. Zij blijft ons oproepen tot bekering, tot gebed en tot liefde, zoals ze het kort zei op de bruiloft van Kana: 'Doet maar wat Hij u zeggen zal' (Johannes 2,5). Wanneer wij dan geloven dat Maria verschijnt in Lourdes, Fatima, Beauraing, Banneux en op andere plaatsen, kunnen we ook geloven in haar blijvende zorg om ons. Zij blijft ons aansporen om ons te bekeren, om een leven van gebed te leiden, en zoals Jezus Christus onze weg te vinden om bij God te komen.

14:07 Gepost door Montfortteam in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: montfort, maria, jezus, christus, ware godsvrucht |  Facebook |

04-06-11

Jezus Christus, onze goede herder.

jean-louis courchesne, Johannes, Jezus, God, Maria, herder, Ware Godsvrucht, Liefde van de Eeuwige Wijsheid

« Kom naar Mij, kom allen naar Mij ; Ik ben het, vrees niet. Waarom ben je bang? Ik lijk op je. Ben je bang omdat je zondaar bent ? Maar die zoek Ik juist ! Ik ben de vriendin van zondaars. Of ben je door eigen schuld van de schaapskooi afgedwaald ? Je weet toch dat Ik een goede herder ben. Of ben je bang omdat je beladen bent met zonden, overdekt met vuil, terneergeslagen door verdriet ? Dan moet je juist bij Mij zijn, want Ik zal je verlichten, zuiveren en troosten »(LEW 70).

Jezus is enkel Liefde! De titels “de ware Herder” en “de goede Herder”, zijn zonder twijfel uitdrukkingen die Hem het best omschrijven, naast de titels die Hijzelf van uitleg voorzag. Spreken over de Goede Herder, is spreken over God. Maar het is evenzeer een spreken over ons. Want als wij er niet waren om geliefd te worden en geleid te worden, dan was er geen goede Herder nodig. Of je nu een aanwezig of een verwijderd schaap bent, je geeft zin aan het leven van Jezus, want hij is gekomen voor jou. Voor jou gaat zijn liefde tot het uiterste: “Een Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen” (Johannes 10,11).

Net zoals in de tijd van Jezus, als in alle tijden, mankeert het in onze tijden niet van mensen die zichzelf uitroepen tot redders en gidsen. Jezus herinnert er ons aan hiervoor waakzaam te zijn. De ware herder komt binnen langs de deur, hij doet geen omweg. De ware herder maakt zich wel klaar en duidelijk kenbaar. De ware herder gebruikt niet een fout om zich op te sluiten in schuldgevoelens. Integendeel zegt hij: “Ga en zondig niet meer!” De ware herder overlaadt niet, hij ontlaadt. De ware herder heerst en bezit niet, hij bevrijdt.

Goeroes van alle nationaliteiten zoeken personen te hergroeperen in hermetisch gesloten schaapskooien gebaseerd op het enige aangegeven menu: hun onbetwistbare kant en klare denkwijze waarover niet gediscuteerd wordt.  De ware herder laat het gaan en komen vrij. De ware herder houdt van zijn schapen. Daarom volgt hij ze met goedheid, in de ware vrijheid als kinderen Gods.

Jezus roept mensen niet om ze op te sluiten, maar om hen te bevrijden. “Hij roept ze ieder bij hun naam en hij brengt ze naar buiten… En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Ik ben de deur; wie door mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden” (Johannes 10,3.4.9).

« Naar buiten brengen » : de Liefde van de Goede Herder, is de liefde van God. Het is de liefde die de Schepping uit het duister tot stand bracht, die Noach uit de Ark haalde, die Lot uit Sodom haalde, die het volk uit Egypte haalde, die Jonas uit de walvis deed komen, die Daniel redde uit de leeuwenkuil, die de kinderen in de vuuroven redde en Jezus uit het graf haalde… De liefde van de Goede Herder is die liefde die ons uit naar “buiten haalt” naar zijn weiden. Hij gidst ons uit onze twijfels naar het geloof, van het gevangen zitten in ons egocentrisme naar het onthalen van de ander, van de triestheid van gedane fouten naar de vreugde van de vergeving, van de dood naar het leven.

Jezus wil ons vrij maken. Hij poneert zichzelf nooit, hij stelt voor: “Als je de deur opent… Als je volmaakt wil worden… Als je gelooft…”

Wie de Goede Herder heeft gezien, heeft de Vader gezien (Cf Johannes 14,9) . En wat wil een vader nog meer voor zijn kinderen, dan dat ze opgroeien en leven ?

“Wat een vreugde voor de trouwe Herder
om na een lange werkzaamheid
zijn schapen naar de schaapsstal te begeleiden
van het eeuwig leven” (Kantiek 13,41).

Als Jezus is « onze enige herder die ons voeden moet » (WG 61), en die ons overvloedig leven schenkt (Johannes 10,10), dan rekent hij erop dat zijn schapen vruchten dragen (Cf Johannes 15,8 ; WG 68). Dat zal het concrete resultaat zijn van ons antwoord:

“Deze goede Herder heeft mij gezocht
tussen mijn verwarringen.
Hij heeft mij gezien, hij heeft mij gevonden,
hij heeft mij zachtjes gedragen,
hij heeft mij heiligend opengebroken,
Ik wil hem beminnen, het is tijd” (Kantiek 94,5).

Denkpistes tot bezinning en refleksie:

  • Het lezen en bemediteren in het Johannesevangelie van hoofdstuk 10,1-18.
  • Lezen in de WG, nr 215, 3°: Maria leert ons te leven als schapen van de Ware Herder in de gezindheid “van de heilige vrijheid van de kinderen Gods”.
  • Voor wie ben ik herder? Hoe vervul ik deze rol?
  • Zijn er andere personen die op mij rekenen om hen te onthalen, te beluisteren?

Citaten van Montfort :
LEW : Liefde van de Eeuwige Wijsheid
Kantieken: liederen geschreven door Montfort
WG: Ware Godsvrucht 

21-05-11

Totus Tuus

 

frans fabry,totus tuus,chestochowa,frossard,maria,montfort,johannes-paulus ii 

Deze post is een vervolg op de vorige. Voor wie aansluiting wil vinden bij dit deel wordt aangeraden eerst de vorige post te lezen die je vindt als je wat verder scrolt. 

Totus Tuus

Toen het Frossard voor het eerst gegund werd door te dringen tot in de privékapel, kwam hij sterk onder de indruk van de houding en de concentratie van de paus op zijn bidstoel voor het altaar. “Hij bidt, ik zou haast zeggen, zoals hij ademt.” Elders beschrijft hij de kapel: “Er hangt een heel hoog kruisbeeld boven het altaar. Onder één van de armen ervan bevindt zich, als het ware op de plek van het hart van de ‘stabat mater’ (Maria staande onder het kruis – red.), een kleine icoon van de madonna van Chestochowa.” Hetzelfde vind je symbolisch terug in zijn bisschopswapen dat hij als paus behouden heeft: een groot kruis met in het blauw de letter M van Maria, en beneden de woorden Totus Tuus. In zijn brief van 2003 aan de montfortaanse congregaties geeft hij er uitleg bij: “Heel haar geschiedenis lang heeft het godsvolk ervaring gehad van die gave van Jezus op het kruis: de gave van zijn moeder. De heilige Maagd is werkelijk onze moeder. Zij begeleidt ons op onze pelgrimstocht van geloof, hoop en liefde naar een steeds inniger eenheid met Christus, onze enige redder en heilsbemiddelaar.”

“Het is bekend dat mijn bisschopswapen een symbolische weergave is van de passage in het Johannesevangelie en dat de spreuk ‘Totus tuus’ geïnspireerd is op de leer van Montfort. De twee woorden zijn uitdrukking van een totaal toebehoren aan Jezus door Maria…”. En hij herhaalt: “De leer van Montfort heeft een diepe invloed gehad op de Mariaverering van veel gelovigen, en ook op mijn eigen leven. Het gaat om een doorleefde leer…”

Zijn doorleefde band met Maria heeft hem gebracht tot een intieme vereniging met Christus. Dit belijdt de Kerk met de titel die ze hem op 1 mei toebedeelt heeft.

Een boodschap

Met een zalig- of heiligverklaring wil de officiële Kerk de aandacht vestigen op aspecten van de boodschap die van de betrokken persoon uitgaat. In zijn brief van 2003 aan de montfortaanse familie verwoordt hij er zelf één van: “Na Montfort heeft de mariale theologie zich flink ontwikkeld, wat vooral is te danken aan de beslissende visie van Vaticanum II. Montforts leer moet vandaag dan ook opnieuw worden gelezen en uitgelegd in het licht van het concilie, maar fundamenteel verandert dat niets aan de waarde ervan.”

Hij hield van dat ‘boekje’ omwille van de wijsheid die erin verborgen zit en de rol die het in zijn leven heeft gespeeld. Na zijn pauskeuze, toen men hem vroeg wat allemaal uit Krakau naar Rome moest worden overgebracht, antwoordde hij: “Niets, alleen dat boekje.” Na zijn overlijden heeft men het teruggevonden op zijn nachtkastje.

Algemeen wordt aangenomen dat Montfort dit boekje – dat een wereldbestseller is geworden – in 1712 heeft geschreven – volgend jaar dus net drie eeuwen geleden. De getuigenis van de nu zalige Johannes Paulus II en het aanstaande eeuwfeest van de Ware Godsvrucht, lijken me een geschikte aanleiding om maandelijks in ons tijdschrift 'Middelares en Koningin' aspecten van dit geschrift te brengen.

F.F.

14-05-11

De Z. Johannes Paulus II en de H. Montfort (2)

Deze post is een vervolg op de vorige. Voor wie aansluiting wil vinden bij dit deel wordt aangeraden eerst de vorige post te lezen die je vindt als je wat verder scrolt. 

“Ik heb begrepen”

Het ging om een onverwacht inzicht, een nieuwe kijk op het handelen van God. Zoals meer intellectuelen had ook hij eerder het gevoelen dat de Mariadevotie de aandacht van Christus afdreef: “Terwijl ik mij vroeger wat inhield, uit vrees dat de Mariadevotie Christus zou verbergen in plaats van Hem voorrang te geven, heb ik in het licht van de verhandeling van Grignion de Montfort begrepen dat het juist andersom was… Maria brengt je tot Christus.” Grignion de Montfort leidt je binnen in het handelen van God. Zoals de heilige het zelf zegt: “Het gaat om de fundamenten van het christendom” (WG 163).

In een speciale audiëntie die ik als montfortaan eens heb mogen meemaken, formuleerde hij het scherp: “Door Maria tot Jezus, zo zegt men terecht, maar vergeet niet dat het gebeuren op Golgota eraan voorafging: Jezus gaf Maria de opdracht moeder voor deleerling te zijn. Vandaar ook dat je terecht kan zeggen: door Jezus tot Maria. De Mariaverering van Montfort spruit niet voort uit vroomheid van een devoot iemand, maar uit het begrijpen van de opdracht die Maria van Jezus kreeg – zij moest moeder zijn – en van de vraag aan de leerling om haar als moeder te aanvaarden. Hier ligt het diepe fundament van de Mariaverering bij Montfort.”

Bij Frossard: “Hoe meer mijn innerlijk leven geheel en al gericht werd op de werkelijkheid van de verlossing, des te meer leek de overgave aan Maria in de geest van de heilige Louis-Marie de Montfort het beste middel om met vrucht een werkdadig deel te hebben aan die werkelijkheid, om er de onuitsprekelijke rijkdommen van te putten en die met anderen te delen.” Johannes Paulus II herhaalt hier op zijn manier wat Montfort letterlijk zegt: “Deze devotie is voor ons enkel noodzakelijk om tenvolle Jezus Christus te vinden, Hem innig lief te hebben en trouw te dienen” (WG 62).

Godsdienstigheid

montfort,johannes paulus ii,god,mariadevotie,ware godsvrucht,maria,frossard,frans fabry“Mijn aldus gevormde Mariadevotie – ik geef er nu maar een kort overzicht van – is sindsdien blijven voortleven bij me. Zij maakt een integrerend deel uit van mijn godsdienstig leven en mijn geestelijke Godskennis.” Aansluitend haalt hij het woord ‘slavernij’ aan, dat – zo zegt hij – menig tijdgenoot tegen de borst stuit. Terwijl Montfort zelf op eenvoudiger wijze uitleg geeft aan deze woordkeuze (lees WG 68-77), gaat Johannes Paulus II een eerder filosofische toer op: “Ik voor mij zie er geen enkele moeilijkheid in. Ik denk dat het hier om een soort tegenstelling gaat, zoals men er vaak in de evangelies aantreft, waarbij de woorden heilige slavernij betekenen dat wij onze vrijheid – de grootste gave die God ons geschonken heeft – veel meer zouden moeten kunnen uitbuiten. Want vrijheid wordt afgemeten naar de mate van de liefde waartoe wij in staat zijn. Dat heeft de auteur ons, denk ik, willen tonen.” 

Het gaat om een intreden in het handelen van God en om een diensthouding, een dienst bewijzen aan de Heer, en zo een dienst aan je medemensen. De paus: “De waarachtige kennis van Maria en de vertrouwvolle overgave in haar handen groeit mee met onze kennis van Christus en met onze vertrouwvolle overgave aan zijn persoon. Wat meer is: deze volmaakte godsvrucht is onontbeerlijk voor wie zich onvoorwaardelijk aan Christus en het verlossingswerk wil geven.” Montfort leert je intreden in het handelen van God, doet je geloof groeien en vruchtbaar maken. “De overgave aan Maria in de geest van Montfort, lijkt het beste middel te zijn om met vrucht en werkdadig deel te hebben aan die werkelijkheid, om er de onuitsprekelijke rijkdommen van te putten en ze met anderen te delen.” 

F.F.

11-05-11

De zalige Johannes Paulus II en de H. Montfort

DE ‘ZALIGE’ JOHANNES PAULUS II EN DE HEILIGE MONTFORT

Nu hij zalig werd verklaard, zal over Karol Woityla, paus Johannes Paulus II, zeker worden geschreven. Men zal het hebben over zijn levensloop, zijn reizen, zijn geschriften enzovoort, maar misschien minder over zijn innerlijke drijfkracht. Hoe dan ook, het is goed dat de lezers van Middelares en Koningin eraan worden herinnerd dat er – omwille van Montfort – een zekere band bestaat tussen deze paus en hem. Inderdaad, Montfort heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in zijn leven.

Naar aanleiding van zijn pastoraal bezoek aan Frankrijk in 1996, heeft hij een extra bedevaart ingelast om dankbaar bij het graf van zijn geestelijke leidsman in St Laurent-sur-Sèvre neer te knielen. In datzelfde jaar schrijft hij een speciale brief aan de montfortaanse familie waarin hij met nadruk vraagt om de nalatenschap van Montfort niet verloren te laten gaan. Als hij een jaar later in zijn mariale encycliek “De moeder van de Verlosser” Maria duidt in het leven van de Kerk, citeert hij Montfort als: “…een meester in de spiritualiteit die aan de gelovigen de toewijding aan Christus, door de handen van Maria, als doeltreffend middel voorhield om getrouw te leven aan de beloften van het doopsel.” In 2003, naar aanleiding van de 160ste verjaardag van het terugvinden van De Ware Godsvrucht – het beroemd geworden geschrift van Montfort – schrijft hij weer een brief en herinnert eraan hoe het laatste concilie een belangrijke ondersteuning is van de spiritualiteit die erin ligt vervat.

Een ‘keerpunt’

Johannes Paulus II, Montfort, Karol Woityla, St. Laurent-sur-Sèvre, Maria, ChristusDe beslistheid waarmee Johannes Paulus II verwijst naar Montfort valt op. Meermaals heeft hij ervan getuigd, het meest uitdrukkelijk in het boek van journalist André Frossard: “Wees niet bang”, tot stand gekomen naar aanleiding van privégesprekken die hij met de paus heeft mogen voeren. Johannes Paulus II vertelt over zijn studietijd in het eerst door Duitsers en daarna door Russen bezette Polen. Hij was 21, werkte in een molensteengroeve in de buurt van Krakow en heeft vier jaar in het arbeidersmilieu doorgebracht. Tegelijk volgde hij filosofiestudies aan de universiteit, maar zijn voorliefde ging uit naar letteren en toneel. In de sfeer van de terreur en de bezetting heeft hij zijn levenskeuze gemaakt. “Ik zag duidelijk wat ik moest achterlaten en waar ik naartoe moest ‘zonder om te zien’. Ik zou priester worden.”

De priesteropleiding moest in het geheim gebeuren. Hij herinnert zich nog goed hoe hij als arbeider tot in de natriumfabriek het ‘boekje’ van Montfort bij zich droeg, en zelfs dat de mooie kaft vol kalkvlekken was geraakt. Het boekje is hem dierbaar gebleven tot het einde van zijn leven. Hij vertelt: “Het lezen ervan heeft een beslissend keerpunt in mijn leven betekend. Ik zeg keerpunt, hoewel het een lange en innerlijke weg is geweest die samenviel met mijn clandestiene opleiding tot het priesterschap. Want het was toen dat ik ze in handen heb gekregen, die opmerkelijke verhandeling, een van die boeken waarvan het niet genoeg is: “ze gelezen te hebben”… Ik kwam onophoudelijk op bepaalde passages terug.”

F.F.

18-03-11

Jozef

Neem het kind en zijn moeder

In het hele evangelie staat nergens een woord van Jozef opgetekend. Zelfs geen woord van hem tot Maria of later tot Jezus, terwijl er toch stof genoeg was om over te spreken! De evangelist is duidelijk geen biograaf.

“Afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham”, zo begint Matteüs zijn evangelie en komt uit bij Jozef. Dan begint een merkwaardig verhaal. De aandacht van de auteur gaat uit naar Jozef die verloofd is met een jong meisje, Maria: zij zou zijn bruid worden. Voor het huwelijk voltrokken wordt, verneemt hij dat zij zwanger is. Wanneer en hoe? Hierover geen woord. Wel vertelt de evangelist dat Jozef het zich aantrekt, zo zelfs dat zijn slaap erdoor wordt ingenomen. Hij heeft alle respect voor het meisje want hij wil haar niet aanklagen. Hij besluit zich in stilte terug te trekken.

Het laat hem niet los.

Jozef, Jezus Christus, Maria, Matteüs, Frans FabryIn dromen komen soms de diepste gevoelens naar boven. De rechtgeaardheid waarvan de evangelist spreekt, verwijst ook naar zijn geloof dat de Messias niet langer kon uitblijven. Zo spreekt een engel hem in een droom aan met hoogst eigenaardige woorden, het klinkt als een titel: “ Jozef, zoon van David.” Hij voelt zich geplaatst in de grote geschiedenis van God met zijn volk, en zelfs meer: ‘Zoon van David’ is een koningstitel. Jozef moet er koude rillingen van hebben gekregen. En weer de engel – het gaat over het meisje waarvan hij zich wil terugtrekken: “Schrik er niet voor terug om haar tot vrouw te nemen.”  De uitleg die volgt zet zelfs een dubbele stap verder: “Het kind in haar schoot is van de heilige Geest, maar gij moet het de naam Jezus geven, dat wil zeggen ‘de Heer redt’. “Nog houdt het niet op, een profetenwoord schiet hem door het hoofd: “De maagd zal zwanger worden, een zoon ter wereld brengen die God-met-ons zal worden genoemd.” Helder wakker zet hij alles op een rijtje: de zwangerschap van zijn verloofde, worden geplaatst in de grote geschiedenis van God met zijn volk, een koningstitel krijgen, dan het profetenwoord. Hij heeft in de synagoge al zoveel over de wonderdaden van de Heer gehoord. Misschien met aarzeling, misschien meteen – daar weten we niets over – durft hij geloven dat God er voor iets tussen zit en hem bij de zaak wil betrekken. Matteüs zegt koeltjes dat hij een besluit neemt. Jozef stapt gelovig Gods handelen binnen. Hij neemt Maria, en dus ook het Kind, bij zich. Het kan niet anders dan dat hij gedacht heeft dat zijn vrouwtje een heilige is.

Verwerken wat je hoort en ziet.

Van Maria wordt gezegd dat zij een geloofsweg heeft afgelegd. Wij hebben er alle reden toe om van Jozef hetzelfde te beweren. Je mag gerust veronderstellen dat hij op sabbat in de synagoge, met nog meer aandacht dan vroeger, luistert naar de Schriften en passages uit de psalmen. Bij de geboorte in Betlehem hoort hij de herders spreken over het Kind. Hij ziet hoe de Wijzen ervoor neerknielen. Hij verneemt weer die stem van vroeger met bijna dezelfde woorden: “Neem het Kind en zijn moeder”, en prompt vertekt hij richting Egypte. Na de dood van de bedreigende Herodes, weer hetzelfde: “Neem het Kind en zijn moeder.” Wat moet er allemaal in zijn hart zijn omgegaan?

Het is ondenkbaar dat beiden – Jozef en Maria – niet bevragend onder elkaar hebben gesproken over al die ongehoorde dingen waar zij zo dicht bij stonden. De promptheid waarmee Jozef telkens reageert, valt op. Zoals Maria is overkomen, moet Gods Geest ook over hem vaardig zijn geworden. Over hun onderlinge gesprekken en gebeden, geen woord, maar in mijn fantasie kan het niet anders of beiden zijn voor elkaar in hun geloof tot grote steun geweest. Laten wij – vooral in maart – niet onverschillig voorbijgaan aan het prompte geloof van beiden.

F.F.

19:15 Gepost door Montfortteam in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jozef, jezus christus, maria, matteüs, frans fabry |  Facebook |

06-02-11

Jezus Christus, begin en einde van alles

Jezus Christus, begin en einde van alles.

“Jezus Christus, de mens geworden Wijsheid, kennen is alles kennen. Alles kennen en Hem niet kennen, is niets kennen (Montfort, LEW 11).”

“Kan je houden van wat je niet kent? Hoe komt het dat men zo weinig houdt van de eeuwige en mens geworden Wijsheid, de aanbiddelijke Jezus? Komt het niet omdat men haar niet of nauwelijks kent (LEW 8)?”

Ken ik Jezus Christus wel?

In zijn maandplanning om zich voor te bereiden op de toewijding (WG 227-230), vraagt Montfort om “ drie weken te besteden om zich door de allerheiligste Maagd met de geest van Jezus Christus te vervullen.” Hij stelt hierin ook een week voor die dient om tot de kennis van Jezus Christus te komen waarbij men ook nog honderden keren per dag het gebed van de heilige Augustinus kan herhalen: ‘Heer, laat mij U kennen!’.

Men komt nooit ten einde met het ontdekken van Jezus. Natuurlijk kan je Hem ontdekken via het Evangelie en het Nieuw Testament. In het Oud Testament vind je ook de uitreksels van aankondigers wie de Messias zou zijn. Ook de Kerkelijke traditie openbaart ons wie Hij is. Door de eeuwen heen hebben getuigen ons hun bevindingen, hun geloofservaringen en de vrucht van hun gebed nagelaten. Vergeet ook niet dat ook ieder van ons geroepen is om een persoonlijke ervaring met Jezus te beleven.

sagessehuis 001.jpgDe heilige Louis-Marie de Montfort herinnert er ons aan: “ Jezus Christus onze Verlosser, waarlijk God en waarlijk mens, moet het einddoel van al onze devoties zijn, anders zijn ze onjuist en misleidend. Jezus Christus is ‘Alfa en Omega’, begin en einde van alles… in Hem alleen worden wij gezegend met elke geestelijke zegen. Hij is de enige meester om ons te onderwijzen, de enige Heer waarvan wij afhankelijk dienen te zijn, het enige hoofd waarmee wij verenigd moeten worden. Wij hebben geen ander model om ons naar te voegen, geen andere geneesheer die ons genezen, geen andere herder die ons voeden moet. Hij is de enige weg die ons moet leiden, de enige waarheid om te geloven, het enige leven dat ons groeikracht moet geven, kortom: ons enige alles in alles dat ons genoeg moet zijn (WG 61).”

Hij situeert klaar en duidelijk de rol van Maria, die er is om ons te leiden naar Jezus: “ Indien wij dus deze hecht gefundeerde devotie tot de allerheiligste Maagd verspreiden, dan doen wij dat enkel en alleen om die tot Jezus Christus des te beter ingang te doen vinden. Wij beogen niets anders dan een gemakkelijk en gewaarborgd middel aan te reiken om Jezus Christus te vinden. Als de devotie tot de heilige Maagd ons van Jezus Christus verwijderde, zouden wij ze moeten verwerpen als een duivelse begoocheling. Maar het tegendeel is waar. Zoals ik al eerder aangetoond heb en nog verder zal duidelijk maken, is deze devotie voor ons enkel noodzakelijk om ten volle Jezus Christus te vinden en Hem innig lief te hebben en trouw te dienen (WG 62).”

Johannes-Paulus II, een bekende leerling van Montfort die binnenkort zalig verklaard zal worden, herinnerde de leden van het Generaal Kapittel van de Montfortanen er op 20 juli 1987 aan dat, als Maria ons leidt naar Jezus, het ook waar is dat Jezus ons leidt naar Maria. Montfort schrijft: “Wil je de Moeder doorgronden, doorgrondt dan de Zoon (WG 12).”

Als wij van Maria houden, dan heb je een goede reden om Jezus beter te leren kennen.

Uit een Kantiek 124 van Montfort lezen we:

“Nederige Moeder Gods,
zuivere en trouwe Maagd,
leer mij uw geloof,
dan kan ik door U de Wijsheid kennen,
en komt het mij ten goede.
Wijsheid, kom, door het geloof van Maria.
U kan zich er niet tegen verzetten,
Zij heeft u het leven gegeven,
Zij heeft u laten mensworden.” (vrij vertaald uit Kantiek 124,7-8)

Ter bezinning, ter overweging:

  • Wat doe ik om mijn kennis over Jezus te verzorgen?
  • Ik herlees deze bovenstaande tekst rustig, ik blijf staan bij een zin, een woord…
  • Je kan traag de stukjes tekst herlezen in de Ware Godsvrucht bij het nummer 61, die ook hierboven in de tekst vermeld werden. (WG)
  • Je kan praten met Jezus door de tekst in de eerste persoon enkelvoud om te zetten: “ik” , “mijn”, ipv. “ons”, “wij”… Bijvoorbeeld: ‘Jezus mijn verlosser’, … of ‘Jij bent de enige meester om mij te onderwijzen…’
  • Je kan de volledige tekst lezen van nummer 8 en nummer 11 in het boekje: Liefde van de eeuwige Wijsheid (LEW)

Ter verduidelijking nog eens de afkortingen uit de Geschriften van Montfort

  • LEW: Liefde van de eeuwige Wijsheid
  • WG: Ware Godsvrucht

J-L C

22-01-11

Maria leidt de kleine mens.

“Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat U hebt gezegd.”  Wat is de geest van het kindschap anders dan voluit dit antwoord op de roep van de Heer te beleven? Zoals Maria, worden wij opgeroepen om deze radicale armoede te beleven waaruit de beschikbaarheid groeit, de luisterbereidheid, het algehele vertrouwen, de totale kinderlijke afhankelijkheid zoals Jezus.

Men kan een massa boeken schrijven om het geestelijk kindschap te beschrijven en uit te leggen. In het kort gezegd gaat het erom onze nietigheid te verlaten om in te treden in de wereld van God. Het nietige dat we zijn afwerpen om alles van God te verwachten. Het is geen theorie en geen hersenspinsel, want het gaat om een vitaal engagement op de weg van de Liefde.

Voor de heilige Louis-Marie de Montfort is de kleine Maria de weg naar deze Liefde. Het is de weg die de kleinen moeten nemen om in de goede haven aan te komen.

Mariabanneux.jpg“De zeer nietigen (lees: de kleinen / de eenvoudige mensen) moeten dan ook door Maria op volmaakte en goddelijke wijze opstijgen tot de Allerhoogste, zonder iets te vrezen. De Onvatbare heeft zich door de kleine Maria volkomen laten bevatten en omsluiten, zonder iets van Zijn onmetelijkheid prijs te geven. Wij ook moeten ons door de kleine Maria volkomen laten omsluiten en geleiden, zonder enig voorbehoud. … Die Is wilde komen tot hetgeen niet is, teneinde hetgeen niet is, God te laten worden. “ (WG 157)

Wil je kind worden zoals Jezus erover spreekt in het Evangelie? Neem dan deze woorden van Montfort en bemediteer ze: “In Maria… en luisterend naar Maria… wat niet is wordt wat het is, het niets wordt gelijk aan God…”

Deze uitnodiging richt zich tot allen. Ik citeer hier een getuige die deze oproep heeft begrepen en dit met een opmerkelijke eenvoudig beantwoord heeft. Het gaat om generaal Georges Vanier (1888-1967), wiens zoon Jean overal in de wereld bekend is.
Bij zijn aanstelling tot algemeen gouverneur van Canada op 15 september 1959, waren een van zijn eerste woorden tot de Canadezen: “Mijn eerste woorden zullen een gebed zijn. Dat de Almachtige God, in zijn onmetelijke Wijsheid en Zijn erbarmen, deze opdracht die mij is toevertrouwd zegent…
en dat Hij mij helpt om deze te vervullen in algehele nederigheid. In uitwisseling met Zijn sterkte, geef ik hem mijn kwetsbaarheid. “
Zijn zoon schrijft: “Hij hield veel van de passage in het Evangelie waar Jezus zegt:”Ik prijs U, hemelse Vader dat Gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen maar ze hebt geopenbaard aan kleinen.”

Deze grote christen “wiens goedheid zijn oorsprong vond in de eenvoudige weg met God” schreef aan een Karmeliet: “Wanneer u bidt voor mij, wil u dan deze speciale intentie erbij doen: Dat de Heilige Moeder aan haar Zoon vraagt om mij het hart van een kind te geven. Ik weet dat het veel gevraagd is, maar ik vraag het toch maar omdat Jezus anders niet tevreden zal zijn over mij en ik wil Hem dat plezier doen. Ik ben zeker dat Hij uw gebed verhoort: u houdt van hem en hij kan niet tegen de liefde zijn.  Een vurig verlangen om het hart van een kind te hebben kan maar komen van Jezus zelf. De kleine heilige Teresia leert ons dat als Jezus zo een verlangen geeft, dan is het omdat het realiseerbaar is!” (Jean Vanier)

Deze grote christen en zijn echtgenote hebben in het hart van hun leven de spirituele weg van de heilige Louis-Marie de Montfort gelegd, die verkondigt dat Maria onze moeder is, onze lerares en opvoedster. Zij vormt ons innerlijk, ons hart, onze ziel… Wij leren van Maria kind van God te worden. Hiervoor, hoe paradoxaal het ook is, moet je de afhankelijkheid kiezen als weg naar de vrijheid.

Enkele mogelijkheden voor uitwisseling of bezinning:

  • Wat is mijn eerste reactie op het woord van Jezus:  “Het Rijk Gods behoort aan de kinderen en hen die erop gelijken”?
  • Wat zijn de innerlijke oproepen waarop ik aandachtig moet zijn om “kind van God” te worden?
  • Wat betekent voor mij persoonlijk en concreet “vertrouwen” en “overgave”?
  • Ik herlees dit traag… ik blijf bij een woord, een zin…
  • Ik zeg aan Jezus, aan Maria, waarom ik een hart als een kind wil hebben.

J-L C

09-01-11

Doopsel van de Heer

 

Wij profiteren van het feest van het Doopsel van Jezus om opnieuw ja te zeggen op ons eigen doopsel. We citeren even een stukje Kantiek van Montfort:

Diegene die in de Kerk het doopsel heeft ontvangen,
is zonder twijfel een christen en een kind van God.
(Kantiek 109, 22)

DOPEN.jpgOns doopsel bevat een waar geluksgeheim: het is het geluk van een gratuite genade. Hoewel we bijna allen gedoopt zijn en vol genade zijn in de Heer, hebben we hiervoor zelf niets gedaan. We moeten zelfs niets doen om deze genade te verdienen. God was reeds lang voor ons daar met zijn genade en Hij was reeds lang daar voor we het zelf beseften. Wat een genade te weten dat God er reeds lang was voor we het dachten.

Maar er is ook nog een ander genadegeheim in ons doopsel. Naar aanleiding van het doopsel van Jezus in de Jordaan, ging de hemel open en een stem verkondigde: “Dit is mijn welbeminde zoon in wie ik mijn welbehagen heb”. Hetzelfde is gebeurd bij ons eigen doopsel. God heeft tot ieder van ons gezegd: “Jij bent mijn veelgeliefd kind in wie ik mijn welbehagen stel.” We zijn kinderen van God geworden met dezelfde rechten als Jezus. Wat een geluk dus eenzelfde Vader te hebben als Jezus.

Het doopsel van Jezus maakt ons dubbel gelukkig: we hebben de gratuite genade waarin God ons altijd voor gaat en we hebben de vreugde een Vader te hebben.

De heilige Louis-Marie de Montfort herinnert er ons aan dat dit genadegeheim gaat door Maria:

Onze hele volmaaktheid bestaat hierin, dat wij aan Jezus Christus gelijkvormig zijn, met Hem verenigd en aan Hem toegewijd. Vandaar dat de beste devotie ontegenzeggelijk die is, welke ons het meest met Jezus Christus gelijkvormig maakt, met Hem verenigt en aan Hem toewijdt. Welnu, van alle schepselen is Maria het meest geljkvormig met Jezus Chrsitus, zodat ook geen enkele devotie een mens meer aan de Heer toewijdt en aan Hem gelijkvormig maakt dan de devotie tot de allerheiligste Maagd, Zijn heilige Moeder. Hoe meer dus iemand aan Maria is toegewijd, hoe meer hij dat ook aan Jezus Christus is.
De volmaakte toewijding aan Jezus Christus is bijgevolg niets anders dan een volmaakte en volledige toewijding van zichzelf aan de allerheiligste Maagd. En dit is juist de devotie die ik verkondig. Anders gezegd: het is de volmaakte hernieuwing van de plechtige beloften van het heilig Doopsel. (Ware Godsvrucht nr. 120)
Maar wie houdt zich aan die belangrijke en plechtige belofte? Wie leeft trouw volgens de toezeggingen die gedaan werden bij het heilig Doopsel? (Ware Godsvrucht nr. 127)

De toewijding aan Jezus door Maria die Montfort ons voorstelt is een bevoorrecht middel om bewust ons doopsel te herinneren:

Ik…, die ontrouw en zondig ben, hernieuw en bekrachtig in uw handen de beloften van mijn Doopsel.  Ik verzaak voor altijd aan de duivel, aan zijn ijdelheden en zijn werken en geef mij geheel en al aan Jezus Christus, de mens geworden Wijsheid, om dagelijks mijn kruis op te nemen en Hem na te  volgen.  (uittreksel uit het Montfortaanse toewijdingsgebed)

Denkpistes voor een bezinning:

  • Ik word bewust van Gods goedheid…
  • Een almachtige God komt mij tegemoet, ik die mij klein weet…
  • Deze God gaat veel verder dan de liefde: Hij maakt mij tot Zijn kind… Hij geeft mij Maria als moeder…
  • Ik herlees… ik denk erover na… Ik blijf stilstaan bij een zin, een woord…
  • Ik maak een gebed: God, ik ben uw kind.

J-L C

 

03-01-11

Heilige Maria, Moeder van God

God deelt ons zijn moeder.

De heilige Louis-Marie de Montfort herinnert er ons aan dat de almachtige God geboren is in onze mensheid door de kleine Maria. Als wij ons ‘klein’ weten kunnen wij elke dag opnieuw door haar bij God geboren worden. Deze geboorte is het hart van de weg naar God die hij ons voorstelt:

Deze praktijk van de devotie tot de allerheiligste Maagd is een volmaakte weg om tot Jezus Christus te gaan en zich met Hem te verenigen. De van God vervulde Maria is immers het volmaakste en heiligste van alle loutere schepselen. Bovendien heeft Jezus Christus, die toch op volmaakte wijze tot ons gekomen is, geen andere weg gekozen voor Zijn grote en verwonderlijke tocht. De Allerhoogste, de Onvatbare, de Ongenaakbare, ‘Die Is’ (Exodus 3,14) wilde komen tot ons, aardwormpjes, die niets zijn. Hoe is dat gebeurd?

De Allerhoogste is op volmaakte en goddelijke wijze tot ons neergedaald door de nederige Maria. Daarbij verloor Hij niets van Zijn godheid en heiligheid. De zeer nietigen (lees: ‘kleinen’) moeten dan ook door Maria op volmaakte en goddelijke wijze opstijgen tot de Allerhoogste zonder iets te vrezen.

De Onvatbare heeft zich door de kleine Maria volkomen laten bevatten en omsluiten, zonder iets van Zijn onmetelijkheid prijs te geven. Wij ook moeten ons door de kleine Maria volkomen laten omsluiten en geleiden, zonder enig voorbehoud.

De Ongenaakbare is ons nabij gekomen: door Maria heeft Hij zich innig, volmaakt en zelfs persoonlijk met onze mensheid verenigd. Toch ging daarmee niets van Zijn majesteit verloren. Ook wij moeten door Maria tot God naderen en ons volkomen en innig met Zijne Majesteit verenigen zonder vrees verstoten te worden.

Tenslotte: ‘Die Is’ wilde komen tot hetgeen niet is, teneinde hetgeen niet is, God te laten worden ofwel ‘Die Is’. Hij heeft dit op de meest volmaakte manier gedaan, namelijk door zich geheel aan de jeugdige Maria over te geven en te onderwerpen. Toch hield Hij in de tijd niet op te zijn: ‘Hij die Is van alle eeuwigheid’. Evenzo kunnen wij, ondanks onze nietswaardigheid, door Maria gelijk worden aan God: door de genade en de glorie. Wij dienen daartoe onszelf zo volmaakt en volledig aan haar over te leveren, dat wij uit onszelf niets, maar in Maria alles zijn, zonder gevaar voor vergissing.( WG 157, 3°)

Suggesties voor een bezinning en een uitwisseling :

  • Is de relatie met Maria een centraal gegeven in mijn geloofsleven of heb ik eerder een sentimentele benadering?
  • Helpt Maria mij om mijn relatie tot God te verdiepen?
  • Ik herlees… ik overweeg… ik vind een woord, een zin…
  • Bij het begin van dit nieuwe jaar kan ik aan Moeder Maria zeggen dat ik op Haar reken en waarvoor en waarom…

Zalig en Gelukkig Nieuwjaar!

ikoon Maria en Jezus.jpg


 

21:16 Gepost door Montfortteam in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: montfort, ware godsvrucht, maria |  Facebook |

20-09-10

Ten diepste verbonden

Montfort wisdom.jpgHeilige Grignion de Montfort,
jij was in je leven
ten diepste verbonden
met Jezus Christus
in Maria.

Wij vragen je,
dat wij
in al wat wij ondernemen
een levende verwijzing mogen zijn
naar Hem,
die onze God is voor het leven,
en die eenmaal alles in allen zal zijn.

Alleen in en door de Heer van ons hart
wordt het dienstwerk mogelijk
en vruchtbaar.

16:52 Gepost door Montfortteam in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: grignion de montfort, maria, jezus christus |  Facebook |

30-08-10

Een onomkeerbaar gebeuren

Het scharnierpunt in dat scheppingsproject van God is uiterst verrassend: Hij wil zelf mens worden. In Jezus zien wij hoe hartstochtelijk veel Hij om ons geeft. Hij wil de mens zo nabij zijn, dat Hij in Jezus zelf tot in de meest duistere uithoeken van het mensenbetaan is afgedaald. Hij is de wereld - ook die van het kwaad - binnengekomen om die van binnenuit om te vormen. Zo is Jezus de eerstgeborene van de nieuwe schepping.

Voor dit uniek en onomkeerbaar gebeuren heeft Hij, zoals Hij dat altijd deed, zich weer gericht tot één van de mensen, nu tot het meisje van Nazaret dat we kennen. Hij was weer die vragende God. Het ging om de geboorte van Jezus. De evangelist laat er geen twijfel over bestaan en maakt duidelijk dat de vraag namens God heel belangrijk is: het gaat om het inlossen van de belofte van Abraham, aan David... een belofte voortdurend herhaald. Ook de naam die het kind moest krijgen is revelerend: Jezus, wat betekent God redt. Het is duidelijk, de Heer rekende op Maria. En Maria gaf haar instemming. Zij bood God hulp aan om zijn project uit te voeren. Zo is onze God. Hij rekent op medewerkers, op middelaars. Zo is Maria reeds middelares, maar er is meer.

Uit het tijdschrift 'Middelares en Koningin' van augustus 2010, blz. 9

21:08 Gepost door Montfortteam in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: maria, god, jezus, middelares |  Facebook |

23-08-10

Het gaat om Jezus Christus.

Er zijn in het verleden ongetwijfeld moeilijkheden ontstaan omwille van de eretitel 'Middelares'. Alsof Maria een wal zou opwerpen tussen God en mens; Jezus Christus is toch de enige middelaar, zo redeneren sommigen. De heilige Montfort kende het probleem heel goed. Hij schrijft zijn beroemde werk 'De Ware Godsvrucht' als in Frankrijk een hevige theologische strijd woedde tussen katholieken en protesten, vandaar dat hij er bijzondere aandacht aan besteedt. Hij reikt een "hecht gefundeerde devotie" aan, die steunt op een kerngegeven van het christendom. Om alle misverstanden te voorkomen start hij met duidelijk te stellen wie Jezus Christus is, want alleen als je Hem juist begrijpt, kan je beginnen spreken over Maria.

Hier enkele passages uit WG 60-67: "Jezus is de enige meester om ons te onderwijzen, de enige heer waarvan wij afhankelijk dienen te zijn, het enige hoofd waarmee wij verenigd moeten worden. Wij hebben geen ander model om ons naar te voegen, geen andere geneesheer die ons genezen kan, geen andere herder die ons voeden moet. Hij is de enige weg die ons moet leiden, de enige waarheid om te geloven, het enige leven dat ons groeikracht moet geven, kortom: ons enige alles in alles dat ons genoeg moet zijn (...) God heeft geen enkel ander fundament gelegd voor ons heil, onze volmaaktheid en verheerlijking dan Jezus Christus. Elk gebouw dat niet op deze vaste rots is gevestigd, is op drijfzand gefundeerd en zal onvermijdelijk vroeg of laat instorten. Iedere gelovige die niet met Hem verenigd is als een rank met de wijnstok, zal afvallen en verdorren (...)
Indien wij dus deze hecht gefundeerde devotie tot de allerheiligste Maagd verspreiden, dan doen wij dat enkel en alleen om die tot Jezus Christus des te beter ingang te doen vinden. Wij beogen niets anders dan een gemakkelijk en gewaarborgd middel aan te reiken om Jezus Christus te vinden. Als de devotie tot de heilige Maagd ons van Jezus Christus verwijderde, zouden wij ze moeten verwerpen als een duivelse begoocheling. Maar het tegendeel is waar. Zoals ik al eerder aangetoond heb en nog verder zal duidelijk maken, is deze devotie voor ons enkel noodzakelijk om ten volle Jezus Christus te vinden en Hem innig lief te hebben en trouw te dienen."

Heb je in de laatste zin het crescendo in het gebruik van de werkwoorden opgemerkt: Jezus-Christus vinden, liefhebben en dienen? Want daar gaat het om. Ook de bijwoorden die Montfort gebruikt zijn betekenisvol: Jezus Christus ten volle vinden, innig liefhebben en trouw dienen. Zijn enige doel is Jezus Christus en zijn werk onder de mensen.

Uit het tijdschrift 'Middelares en Koningin' - juli-augustus 2010 - blz. 8

09-08-10

Kantiek 111,1-3

medaille montfort.jpg
O Jezus, levend in Maria,
kom leven en heersen in ons.
Wordt zo mens in ons
dat wij slechts voor u leven.

Vorm in ons uw uitmuntende deugden,
uw Geest en zijn heiligheid,
grif in ons uw klare uitspraken
en wek in ons de vurige ijver van uw liefde.

Doe ons deel hebben aan uw mysteries
en laat ons hier op aar de u navolgen;
doe ons delen in uw licht
en leid zo onze schreden.

(Montfort biddend tot Jezus, Kantiek 111,1-3)

16:22 Gepost door Montfortteam in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jezus, maria, geest, montfort |  Facebook |